Koninklijke Harmoniekapel Delft

Verslag van een concoursdeelname in 1905

Onderstaand stuk beschrijft de deelname aan een concours op 1 juni 1905 in Oud-Beijerland. Secretaris A. Garnaat noteerde de volgende nostalgische teksten in het notulenboek.

Een triestige morgen, grouwe lucht en enkelen regendroppelen die gevallen waren hadden de leden der kapel niet weerhouden om op tijd present te zijn. De tocht was naar het concours op Oud-Beijerland. Zoals vroeger vermeld is hadden de Heeren van Buuren de motorboot van hun voor onze reis klaargemaakt en stoomde de 'Oliefabriek' met vlag en wimpel statig ten 8 uur heen. Dat er veel volk op de Zuidelijke Avenue bijeen was om de in feestklank vertrekkende boot na te zien laat zich best begrijpen. Onze direkteur liet de verderen regeling aan het bestuur over, daar hij per spoor moest vertrekken ten einde zijne functie als hoofdbestuurslid van de Zuid-Hollandschen bond waar te kunnen nemen.

Al spoedig was Overschie bereikt en met volle muziek stoomde we deze plaats voorbij, om weder even gauw op Delfshaven hetzelfde te herhalen. Edoch! De man der wet stormde op ons los dit te verbieden daar er kerktijd was. Een typisch gezicht. Vrolijke muzikanten, een graag luisterend publiek en een diender met een streng gelaat onder een even zwart grimmige helm. Afijn er werd met blazen uitgescheden en de voorplecht der boot opgezocht waar door de goede zorgen van onze vaandeldraager den Heer Advocaat een echt restaurant was gevormd. Broodjes met ham en rookvleesch, gekookte eieren, koffij, bier of limonade, chocolade en dat alles was voor spotprijs te bekomen. Wij mogen hier niet vergeten onze oprechten dank te brengen aan Advocaat die bijgestaan door zijn zoon en dochter als een paar familieleden ons op een zoon goedkope en nette manier te voorzien voor den inwendige mensch. Dat er dan ook een veelvuldig gebruik van gemaakt werd bleek wel het beste toen wij terug kwamen want het meest was alles uitverkocht.

Nadat wij ongeveer een kwartier in de schutsluis hadden gelegen met onze boot werden wij door de schutdeuren naar buiten gedreven en bevonden wij ons spoedig op de Maas. Daar konden wij eerst recht bespeuren met welk een kracht de 'Oliefabriek' werkte op de inmiddels woest geworden baren. Om de boot een feestelijker aanzien te geven (de vlaggen en wimpels gaven dat reeds) hadden wij een vijftigtal lampions opgehangen. Maar owee! Al spoedig moesten wij deze er weder afnemen door de krachtige wind en de koude regendroppels. Alle handen zetten zich in beweging deze uitelkaar gewaaide papieren lantaarns weer in de vorm terug te brengen wat er vele goed afging.

Al spoedig was Schiedam en Vlaardingen voorbij gevaren, en het weer dat vele al een jas had doen grijpen liet zich niet beter aanzien toen opeens..... de wolkenmassa scheurde en een zonnestraal ons begroette. Een hoera ging op en..... ieder was uit zijn moedeloze toestand opgerezen om een zekere vreugde dat er verandering kwam niet te verbergen. Zoo naderde wij tegen kwart voor twaalfen het eind van ons doel het eenvoudige maar mooie dorp Oud-Beijerland. Nadat de loopplank gelegen was ging men aan wal om onder geleidde van een ons toegewezen commissaris den Heer Jac Stolk naar het feestterrein te begeven.

Het weer was inmiddels zelfs warm geworden en teregt merkte men dan ook op een treurige morgen geeft een blijde dag. Na een klein kwartieruur waren we allen op het terrein waar onze direkteur de plek aanwees waar de instrumenten met het vaandel geborgen konden worden. Daar M. Keereweer zijn plichten op het feestterrein te vervullen had gaf hij ons de raad een wandeling door het dorp te doen en dan om 2 uur weer aan boord te wezen om dan een watertochtje om het eiland te maken. Vele volgde deze raad dan ook op. Oud-Beijerland is wel der moeite waard een kijkje door de heldere straatjes te nemen. Echt Oud-Hollandsch is daar het raad-huis even als de kleine huizen die alle nog die eigenaardige bouw hebben van vroeger jaren. Daar ik echter geen bouwkundige of wat er maar op gelijkt ben ten einde een zekere steil aan te geven stap ik dus van dit onderwerp af om verder het verslag neer te schrijven.

Ten 2 uur waren de meeste zoo niet alle leden weer present en al spoedig stoomde wij de haven uit. Ons meedelid den Heer M. Advocaat die een kiekje op de boot en nu van de boot wilde nemen maar was daarvoor ook tegen zijn wil genoodzaakt op den wal te blijven daar aanleggen eenmaal niet ging. We kunnen den Heeren van Buuren niet genoeg danken voor dit aangenaame en schoone watertochtje. Precies in een uur tijd hebben we het eiland omgevaren en zeker zal dit reisje nog lang in ons geheugen blijven door de schoone omgeving die wij daardoor gezien hebben. Een ding mag ik niet vergeten. Of het nu komt dat de leden der kapel bijzonderen magen hebben of dat Neptunis het niet verlangde maar zeker is dat niemand zee-ziek is geweest. Neen..... een grootte eetlust had men want waar men ook zag de menschelijke kouw-machientjes waren geregeld aan het werk.

Klokslag 3 uur stapte we weer aan wal van Beijerland. Uitgerust en goed gevoed toog men naar het feestterrein om de strijd te aanvaarden. Na verloop van eenige tijd kwam onze kapelmeester ons inspecteren en onze instrumenten stemmen. Als nu werden wij in de kampplaats toegelaten om te gaan..... zitten of liggen. Er moesten namelijk nog eenige verenigingen spelen en onze kapelmeester (dit zij tot eere gezegd) zag liever zijn schaapkens bij elkaar dan dat zij zoo verwildert uit een liepen. Nu moet men niet denken dat er met gevouwen handen werdt gezeten o neen daar zijn de leden niet zoo gauw voor te vinden want onder en bij elkaar werdt er al spoedig een ui verkocht.

Dit was dan ook nu het geval zoodat wij op moesten treden voor we er om dachten. Al spoedig was er een doodsche stilte onder het luisterend publiek. De blauwen gingen spelen (men had deze naam op ons toegepast van wege de uniformen of ...... anderzins, maar meer als eens hebben wij ons deze naam hooren toeroepen). Pauken waren gestempt, de bel der jurri ging over en ..... het tweede nummer was ook afgeloopen toen een welgemeend applaus ons werd toegediend. Verder uit te wijden wat onze concurrenten ten beurt viel of hoe zij speelden kan ik niet daar de bevoegdheden mij dit beletten. Zeker is dat wij alle in grootte spanning wachte wat de jurri zou meededelen.

Tot onze grootte vreugde deelde deze mede dat zij niet alleen als jurrileden maar ook met een waar genoegen hadden geluisterd en was er eenparig besloten om met algemeene stemmen den eerste prijs toe te kennen aan Hof van Delft. Men kan best begrijpen hoe deze uitspraak door onze leden werdt ontvangen. Boekjes werden in der haast voor den dag gehaald en met volle muziek verliet men de kampplaats om blazende door het dorp zich naar den boot te begeven. De blauwen hebben het overwonnen hiep hiep hoera hoorde ik zingen. (Ik vraag den lezer dezer regelen mij niet van hoogdravendheid te beschuldigen maar daar ik zelf onder de indruk was van deze hooge onderscheiding meende ik ook de spontaane hulde als ik het zoo noemen mag van het ons toegenegen publiek niet achterwegen te mogen laten).

Ten ruim 7 uur was men aan boord. Eindelijk kwam ook onze kapelmeester opdagen die ons nu niet alleen wilde laten gaan gelijk hij die des morgens had gezegd en had zijn werkzaamheden en diner er aangegeven om met zijn jongens mede te varen. Moet ik nog spreken van de felicitaties die hij in ontvangst had te nemen? Neen! Nietwaar! Ieder kan zich dit het best begrijpen. Honderden menschen die op den wal stonden konden zich dan ook niet onthouden een hoera te doen laten hooren toen onze boot het ruime sop weer koos. Dat er inmiddels een dronk werd aangeboden behoef ik niet nader toe te lichten en bepaal mij bij te vermelden dat Oud-Beijerland spoedig uit het gezicht verdwenen was.

Het was inmiddels donker geworden en werden de inmiddels opgehangen lampions aangestoken. Prettig en gezellig ging de tocht nu midden op de Maas toen..... het anker moet uitgegooid worden riep een knecht der boot. Waar zoo even nog alles joelde van vrolijkheid was alles even dadelijk verstomd. Wat was er gebeurd? Na onderzoek bleek er een veer van een of andere klep gebroken te zijn en moesten we blijven liggen totdat er een of ander de boot op sleeptouw zou nemen. Toen er dan ook bekend was geworden dat er niets geen gevaar bestond was dit voorval bij de leden der kapel gauw vergeten en blies men er weer spoedig een polka op los.

Het zij hier medegedeeld dat Advocaat's zoon die de functie van hofmeester op den boot vervulde zich niet ontzag zijn broodjes, eieren, bier enz enz te laten staan om de handen uit de mouw te steken in de machienekamer. Met de kapeiteinstuurman Hennus heeft of hebben zij het zaakje zooveel mogelijk opgeknapt. Afijn! Terwijl zij bezig waren kwamen er een paar booten aanstoomen waarvan er een ons al spoedig mede nam. Krachtige armen van de leden der kapel hadden het anker binnengehaald en togen weer spoedig naar hun instrument om op verzoek van enkelen Heeren en Dames die op de sleepboot aanwezig waren een stukje muziek te geven.

Zoo stoomde men onder muziek en dans naar Delfshaven waar de sleepboot ons liet liggen aangezien nu de machiene weer spoedig in orde was geraakt. Met eigen kracht kwam men ten slotte ten ruim 1 uur aan en begaf met zich gezamelijk naar een restaurant waar den Heer Keereweer een afscheidsdronk gaf en den Heeren van Buuren dank bracht voor al hetgeen dat de kapel genoten had waarmede allen hartelijk instemde.

2 juni vrijdagavond
Dat het nu geen repetitieavond kon wezen zal men licht kunnen begrijpen als men weet dat Mev. Keereweer had beloofd om bij een te behalen eerste prijs zij de dorstig magen zou voorzien op hare kosten van bier en sigaren. Maar ook onze baas had een verrassing bereid aan de kapel. Deze had namelijk 's morgens een vaatje nieuwe haring laten komen. In een ommezien waren de lessenaars waar zoo even nog fanfares en een marsch waren geblazen spoedig weggezet en tafeltjes er voor inplaats gekomen.